trefwoord
KPI: kritische prestatie-indicatoren die uw organisatie echt vooruithelpen
Elke organisatie wil weten hoe zij presteert. Daarvoor zijn kritische prestatie-indicatoren of KPI's in het leven geroepen: meetbare waarden die aangeven hoe effectief een organisatie haar doelstellingen bereikt. Toch blijkt in de praktijk dat KPI's lang niet altijd werken zoals bedoeld. Sterker nog, veel organisaties worstelen met het effectief inzetten van prestatie-indicatoren. Dit komt doordat KPI's vaak worden gekoppeld aan afdelingen in plaats van aan klantprocessen, waardoor eilandgedrag ontstaat in plaats van samenwerking.
De kern van goed werken met KPI's ligt in het begrijpen van oorzaak-gevolgrelaties en het koppelen van indicatoren aan de werkelijke processen die waarde creëren voor klanten. Daarbij is het essentieel onderscheid te maken tussen proces-KPI's (die je proactief kunt beïnvloeden) en resultaat-KPI's (die je achteraf meet). Alleen met dit inzicht worden KPI's waardevolle stuurinstrumenten.
Boek bekijken
De oorsprong: van financiële sturing naar gebalanceerde prestatiemeting
Begin jaren negentig zorgden Robert S. Kaplan en David Norton voor een revolutie in prestatiemanagement. Met hun Balanced Scorecard introduceerden zij het idee dat organisaties niet uitsluitend op financiële indicatoren moeten sturen. Puur op geld sturen leidt niet tot verstandige beslissingen, was hun stelling. Er zit namelijk geen verklaring achter de getallen.
Hun aanpak koppelde vier perspectieven aan elkaar: financiën, klanten, interne processen en leren en groei. Door deze perspectieven in samenhang te bezien, ontstaat een evenwicht tussen korte en lange termijn. Op de lange termijn heb je capabele medewerkers nodig en goede systemen. Dit stelt je in staat om processen te verbeteren, meer klanten aan te trekken en dus meer waarde te creëren.
SPOTLIGHT: Robert S. Kaplan
Auteurs die schrijven over 'kpi'
Nederlandse klassieker: het INK-managementmodel en de Balanced Scorecard
In Nederland vond de Balanced Scorecard snel ingang. Frank Diepman en Kees Ahaus maakten de koppeling tussen het internationale gedachtegoed en het Nederlandse INK-managementmodel. Hiermee werd duidelijk hoe prestatie-indicatoren passen binnen een bredere kwaliteitsbenadering.
Boek bekijken
Van theorie naar praktijk: waar gaat het vaak mis?
Hoewel de theorie helder is, blijkt de praktijk weerbarstig. Uit onderzoek blijkt dat maar liefst negentig procent van de organisaties in valkuilen trapt waardoor KPI's niet werken. De grootste valkuil is het koppelen van indicatoren aan de organisatiestructuur. Elke afdeling concentreert zich dan op eigen targets, zonder oog voor het grotere geheel. Verkoop is blij met een opdracht, maar interesseert zich niet of het product correct bij de klant wordt afgeleverd.
Daarnaast worden KPI's vaak als verantwoordingsmechanisme gebruikt in plaats van als stuurinstrument. De cijfers worden gerapporteerd aan planning en control, maar leiden niet tot actie. Medewerkers voelen zich hierdoor vooral afgerekend op iets waar ze geen invloed meer op kunnen uitoefenen.
SPOTLIGHT: Peter Geelen
Boek bekijken
Het onderscheid tussen proces-KPI's en resultaat-KPI's
Een cruciaal inzicht is het verschil tussen twee soorten indicatoren. Resultaat-KPI's zoals omzet en winst meet je achteraf. Ze vertellen wat er is gebeurd, maar bieden weinig aanknopingspunten om bij te sturen. Proces-KPI's daarentegen meet je tijdens het proces. Denk aan doorlooptijden, klanttevredenheid tijdens het traject of het aantal fouten in productie.
Door te sturen op proces-KPI's kun je proactief ingrijpen voordat het misgaat. De kunst is om deze proces-indicatoren via oorzaak-gevolgrelaties te koppelen aan de gewenste resultaten. Zo wordt duidelijk aan welke knoppen je moet draaien om het eindresultaat te beïnvloeden.
Boek bekijken
Dashboards: KPI's visueel maken
Een goed dashboard toont in één oogopslag waar actie nodig is. Het belangrijkste woord hierbij is 'actie'. Meten en rapporteren zonder dat het bij een afwijking leidt tot actie is zinloos en contraproductief. Een dashboard moet simpel en eenvoudig zijn: kloppen de beleidsuitgangspunten nog? Is de uitvoering in lijn met de visie?
Het gevaar van dashboards is dat ze een kerstboom worden met tientallen indicatoren. Dat werkt verlammend. Beter is om per klantketen of proces maximaal tien à twaalf relevante indicatoren te kiezen. 'Less is more' geldt zeker voor KPI-dashboards.
Boek bekijken
De kritische blik: wanneer KPI's tekortschieten
Niet iedereen is overtuigd van het nut van KPI's. Kritische geluiden waarschuwen voor de donkere kant van prestatiemeting. KPI's kunnen tot ongewenst gedrag leiden, vooral wanneer mensen erop worden afgerekend. Medewerkers gaan dan cijfers mooier maken of gedragen zich op manieren die weliswaar de indicator verbeteren, maar niet de werkelijke prestatie.
Ook blijken sommige veelgebruikte KPI's zoals de Net Promoter Score of medewerkerstevredenheidsonderzoeken minder betrouwbaar dan vaak wordt gedacht. Ze meten gedrag in plaats van objectieve prestaties en zijn vatbaar voor manipulatie.
SPOTLIGHT: Coen de Bruijn
Boek bekijken
Het gevaar van tunnelvisie
Een ander risico is dat organisaties te veel gaan focussen op wat meetbaar is, en vergeten wat echt belangrijk is. Niet alles wat telt kan worden geteld, en niet alles wat geteld kan worden telt. Zaken als vertrouwen, creativiteit en innovatievermogen zijn moeilijk in cijfers uit te drukken, maar wel cruciaal voor succes op lange termijn.
Daarnaast kan een overdreven focus op KPI's leiden tot een cultuur van wantrouwen. Medewerkers voelen zich vooral gecontroleerd in plaats van ondersteund. Dit werkt demotiverend en kan zelfs leiden tot verloop van goede mensen.
Boek bekijken
Moderne ontwikkelingen: data-analyse en kunstmatige intelligentie
De beschikbaarheid van steeds meer data en de opkomst van kunstmatige intelligentie openen nieuwe mogelijkheden voor prestatiemeting. Met data-analyse kun je patronen ontdekken en voorspellingen doen. Welke combinatie van factoren leidt tot het beste resultaat? Waar zitten de bottlenecks in je processen?
Tegelijk vraagt dit om nieuwe vaardigheden. Organisaties moeten data-geletterdheid ontwikkelen. Medewerkers moeten kunnen beoordelen welke cijfers betekenis hebben en welke niet. Ook moet je oppassen voor schijnverbanden: niet alles wat statistisch samenhangt, heeft een causaal verband.
Boek bekijken
Boek bekijken
Van meten naar verbeteren
Uiteindelijk gaat het niet om het meten an sich, maar om continue verbetering. KPI's zijn slechts een middel om inzicht te krijgen waar verbetering mogelijk is. De echte kunst is om dit inzicht te vertalen naar concrete verbeteracties.
Dat vraagt om een cultuur waarin fouten maken mag en waarin open wordt gesproken over resultaten. Teams moeten de ruimte krijgen om te experimenteren en te leren. De PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) helpt hierbij: stel een plan op, voer het uit, controleer de resultaten en pas aan waar nodig.
KPI's die wél werken KPI's werken alleen wanneer je ze koppelt aan klantprocessen in plaats van aan de organisatiestructuur. Dit doorbreekt het eilanddenken en stimuleert echte samenwerking.
Boek bekijken
Succesfactoren voor effectief werken met KPI's
Wat zijn nu de succesfactoren voor organisaties die wel succesvol zijn met prestatie-indicatoren? Ten eerste hebben zij helderheid over hun strategie en doelen. Zonder duidelijk doel geen richting, zonder richting verwarring. De KPI's zijn rechtstreeks afgeleid van wat de organisatie wil bereiken.
Ten tweede betrekken succesvolle organisaties medewerkers bij het ontwikkelen van indicatoren. Wie wordt gemeten, moet begrijpen waarom en moet invloed kunnen uitoefenen op het resultaat. Anders ontstaat weerstand en worden de cijfers niet serieus genomen.
Ten derde houden ze de set aan indicatoren beperkt en overzichtelijk. Maximaal vier tot zes hoofdindicatoren per niveau, aangevuld met een beperkt aantal ondersteunende metingen. Dit voorkomt informatie-overload en houdt de focus scherp.
De Balanced Scorecard vertaalt een bedrijfsstrategie in een verzameling prestatiedoelstellingen die worden gemeten, gemonitord en eventueel bijgestuurd om te garanderen dat de strategische doelen worden bereikt. Uit: Op kop met de balanced scorecard
De rol van leiderschap
Goed werken met KPI's vraagt om goed leiderschap. Managers moeten de moed hebben om te sturen op de goede indicatoren, ook als die ongemakkelijke vragen oproepen. Ze moeten ruimte geven voor experimenten en niet bij elke afwijking direct ingrijpen.
Tegelijk moeten ze wel consequent zijn in het monitoren en bespreken van resultaten. Een dashboard dat niet wordt gebruikt, verliest snel zijn waarde. Daarom horen KPI's structureel op de agenda van teamoverleg en managementmeetings.
Boek bekijken
Conclusie: KPI's als kompas, niet als thermometer
Kritische prestatie-indicatoren kunnen waardevolle stuurinstrumenten zijn, mits ze verstandig worden ingezet. De klassieke werken van Kaplan en Norton over de Balanced Scorecard vormen nog altijd een solide basis. Hun inzicht dat je moet sturen op een evenwichtige set indicatoren blijft relevant.
De Nederlandse praktijkwerken van onder meer Peter Geelen en Eldert de Jager laten zien hoe je dit vertaalt naar werkende systemen. Hun nadruk op klantketens in plaats van afdelingsstructuren voorkomt veel frustratie. Tegelijk waarschuwen critici als Coen de Bruijn terecht voor de valkuilen en beperkingen van prestatiemeting.
De kunst is om KPI's te gebruiken als kompas dat richting geeft, niet als thermometer die alleen achteraf meet. Combineer proces-indicatoren met resultaatindicatoren, betrek medewerkers bij het ontwerp en houd de set beperkt. Gebruik de cijfers vooral als aanleiding voor gesprek en verbetering, niet als eindoordeel. Dan worden KPI's waardevolle instrumenten die organisaties helpen hun doelen te bereiken.