Waarom is interactie zo belangrijk tijdens trainingen?
Niemand wordt blij van een ‘PowerPoint-monoloog’. Deelnemers leren veel meer van actief meedoen dan van achterover leunen en luisteren. Interactie zorgt voor dynamiek en afwisseling. Dit maakt trainingen leuker en dat zie je terug in de evaluatie. Voor trainers zijn reacties vanuit de groep ook fijn. De meningen, ervaringen en praktijkvoorbeelden die ze te horen krijgen, kunnen ze gebruiken om hun training nóg beter op de deelnemers af te stemmen.
In je boek schrijf je dat je interactie kunt ontwerpen. Hoe doe je dat? Je weet van tevoren toch niet wat je deelnemers gaan zeggen?
Dat klopt. Maar met de juiste vragen kun je de interactie wel sturen naar het doel dat je met de training wilt bereiken. Dat kan van alles zijn: de voorkennis van de deelnemers activeren, ervaringen ophalen of hun motivatie vergroten. Pas als je je interactiedoel helder hebt, kun je de juiste vragen stellen. Want die zijn bepalend voor de antwoorden die je krijgt.
Kun je dat uitleggen?
Stel dat je een groep managers gaat trainen in het voeren van slechtnieuwsgesprekken. Het interactiedoel zou kunnen zijn dat je hun motivatie voor het voeren van dit soort gesprekken wilt vergroten. Het heeft dan geen zin om te vragen wat ze van slechtnieuwsgesprekken vinden. Je krijgt dan verschillende meningen waar je verder niet zo veel aan hebt. Maar vraag je: wat vind jij lastig aan het voeren van slechtnieuwsgesprekken? Dan krijg je ineens allerlei praktijkcasussen in handen waarover je kunt doorvragen en waaraan je jouw lesstof kunt koppelen. Daardoor sluit jouw training veel beter aan bij de behoeften van de deelnemers. En dit heeft weer een positief effect op hun motivatie.
Zijn er behalve het interactiedoel nog meer dingen die je kunt ontwerpen?
Jazeker. Denk bijvoorbeeld aan de interactieprikkel en interactieve werkvormen. De interactieprikkel is de trigger waardoor deelnemers reageren. Dat kan van alles zijn: een stelling of vraag van jou als trainer, een opmerking van een andere deelnemer of een stilte. Interactieve werkvormen zijn werkvormen waarbij de deelnemers met elkaar in gesprek gaan over hun ervaringen of over de leerstof.
Is er een interactieve werkvorm die je vaak toepast?
Een van mijn favorieten is het ervaringsgerichte leergesprek. Daarbij is het de bedoeling dat de deelnemers hun eigen ervaringen met elkaar delen. Eerst geef ik ze een korte opdracht om even op te warmen, bijvoorbeeld: ‘Ga eens bij jezelf na welke gedragsverandering jij in het afgelopen jaar hebt doorgemaakt’. Daarna stel ik de échte vraag: ‘Waardoor werd die verandering bij jou in gang gezet?’ De antwoorden zet ik op een flip-over. Op basis van de antwoorden gaan de deelnemers met elkaar in gesprek over de verschillende aanleidingen voor gedragsverandering. Door er samen over te praten, komen ze erachter dat al die eigen voorbeelden een aantal gemeenschappelijke kenmerken hebben. Zo ontdekken ze dus al een deel van de theorie. Het grote voordeel van deze werkvorm is dat ze de lesstof daarna veel sneller van me aannemen én beter onthouden. Dit vergroot het leerrendement.
Als je de interactie eenmaal hebt ontworpen, komt het dan vanzelf goed met de training?
Helaas niet. Je moet de interactie wel begeleiden als je je interactiedoel wilt bereiken. Iets wat heel goed werkt, is samenvatten. Dit is een elegante manier om een gesprek richting jouw doel te sturen. Door samen te vatten wat de deelnemer heeft gezegd, laat je zien dat je hem hebt begrepen. Tegelijkertijd helpt samenvatten je om informatie te organiseren. Een andere techniek die ik vaak inzet, is reflectief luisteren. Dit is een manier van samenvatten waarbij je óók benoemt wat de deelnemer voelt of bedoelt, terwijl hij dat nog niet letterlijk heeft gezegd. Het voordeel daarvan is dat de deelnemer zich écht begrepen voelt en eventuele weerstand laat varen.
Kun je als trainer beter zitten of staan tijdens een training?
Dat ligt eraan wat je doel is. Wil je dat de deelnemers naar je luisteren? Ga dan op een centrale positie voor de groep staan. Wil je juist dat ze met elkaar in gesprek gaan, ga dan meer aan de zijkant zitten of staan. Je kunt ook lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen inzetten. Met een verwachtingsvolle blik en uitnodigende handgebaren laat je bijvoorbeeld zien dat je graag een antwoord op je vraag wilt.
Hoe zorg je voor interactie tijdens online trainingen?
Online trainingen hebben meer structuur nodig. Bouw interactie daarom in kleine stapjes op. Begin bijvoorbeeld met een eenvoudige vraag, die de deelnemers kunnen beantwoorden door hun hand op te steken. Daarna stel je aan bepaalde deelnemers een vervolgvraag. Zo voorkom je dat iedereen door elkaar gaat praten. Durf ook af en toe een stilte te laten vallen. Daarmee stimuleer je de deelnemers om na te denken. Het is ook belangrijk dat deelnemers hun camera aanzetten. Een training op locatie volg je ook niet vanachter een gordijn.
In je boek ga je uitgebreid in op uitdagende situaties die je als trainer kunt tegenkomen. Welke staat met stip op nummer 1?
Omgaan met weerstand bij deelnemers vinden veel trainers lastig. Weerstand is eigenlijk verzet. Tegen de inhoud, tegen jou als trainer of tegen een werkvorm. Veel trainers schieten dan meteen in de verdediging. Of ze proberen de deelnemer alsnog van hun standpunt te overtuigen. Dit is een heel natuurlijke reactie, maar helaas werkt die vaak averechts. Daarom is het belangrijk dat je je realiseert dat weerstand eigenlijk een verzoek om begrip is. Dan wordt het makkelijker om die weerstand weg te nemen.
Hoe doe je dat?
Stop waar je mee bezig bent en richt je aandacht volledig op de deelnemer. Toon begrip door reflectief te luisteren. Daardoor zakt de emotie bij de deelnemer. Soms is dat al genoeg. Zo niet, kies dan voor een vervolginterventie. In mijn boek beschrijf ik er 5. Je kunt bijvoorbeeld de groep betrekken. Je kunt ook door vragen te stellen, de motivatie van de deelnemer vergroten. Je zult zien dat de weerstand dan vaak minder wordt.
Ben je niet bang dat de spontaniteit uit trainingen verdwijnt als je de interactie van tevoren ontwerpt?
Helemaal niet. Ontwerpen is alleen nodig op díé momenten waarop je interactie bewust wilt inzetten als leermiddel. Bijvoorbeeld als deelnemers elkaar feedback moeten geven na een oefening. Of als je als trainer een nieuw onderwerp aansnijdt. Daarbuiten kun je de interactie spontaan laten verlopen. Het gaat om de juiste balans.
Wil je als trainer bewuster en doelgerichter werken met interactie? In Grip op interactie legt Arie Speksnijder stap voor stap uit hoe je interactie ontwerpt, begeleidt en inzet om het leerrendement te vergroten. Bestel het bij Managementboek.
Over Martina Langeveld-Huigen
Martina Langeveld-Huigen (1974) is zelfstandig copywriter en communicatietrainer. Zij studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam en zit al meer dan 25 jaar in het communicatievak. Met haar bureau Langeveld Communicatie maakt zij zich sterk voor begrijpelijk Nederlands.